Van samen denken word je wijzer

Altruisme - Peter Singer

Op deze vrije avond hebben de deelnemers de volgende onderwerpen voorgesteld:

  1. De trilosoof - naar aanleiding van een artikel in NRC. Deel niet alles op in tweeën - conform het duale denken, maar wordt trilosoof, zoek het derde perspectief erbij. Al het goede komt in drieën. Hoe zou de wereld eruit zien als we deze in drieën beschouwen? Deel niet alles op in twee, wordt triosoof
  2. De digitale nomade. Gudde komt met het perspectief dat we als mens onszelf en de wereld om ons heen kunnen ordenen. Wanneer iets digitaal is, en we zelf digitaal in de wereld staan, kunnen we dan nog wel ordenen? Hoe zien onze identiteiten er dan uit als deze louter digitaal zijn? Tegenwoordig kun je je digitaal vestigen in Letland, digitaal een bedrijf vestigen. Welke identiteit heb je dan? Zijn er ook al digitale landen waarin je digitaal kunt wonen? Hoe ziet de toekomst eruit als we een digitale nomade zijn?
  3. Wat is de functie van het geheugen? Zonder geheugen is een relatie onmogelijk.
  4. Solidariteit. Hoe belangrijk is solidariteit in een gemeenschap en/of samenleving? Kan een gemeenschap / samenleving wel bestaan als er geen solidariteit bestaat? En hoe krijgt solidariteit vorm?
  5. Altruïsme. Peter Singer bepleit een vorm van altruïsme waarbij iemand ervoor moet kiezen om een zeer goede betaalde baan na te streven, bijvoorbeeld bij de bank, en dan zo goed als al het verdiende geld weg te geven aan een efficiënt en effectief werkend goed doel, bijvoorbeeld: het verspreiden van netten om malaria tegen te gaan. Hoe altruïstisch is het om over de ruggen van de ene mens geld te verdienen en dit aan een andere mens te geven. Kun je dan niet beter ervoor zorgen

De keuze gaat uit naar: Altruïsme.
Zie ook het online artikel: de logica van effectief altruïsme
De uitgangspunten voor altruïsme lijken relatief eenvoudig:
1. heel veel verdienen - een zo goed mogelijk betaalde baan
2. zelf spaarzaam leven - niet meer toe eigenen dat je strikt noodzakelijk nodig hebt
3. het overschot weggeven aan de meest efficiënte liefdadigheidsorganisatie, waardoor zo veel mogelijk mensen geholpen worden met het geld dat je weggeeft.

De vraag die gesteld word is of het niet veel beter is om zelf goed te doen. Dus om in stap 1 goed te zorgen voor de mensen met wie je werkt, dus goed te doen in je eigen leefomgeving? Deze vraag wordt ingegeven, mede vanuit het perspectief dat heel veel van de mensen die heel veel geld verdienen dit lijken te verdelen over de ruggen anderen. Regelmatig worden we geconfronteerd met zaken als slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen, bedenkelijke financiële constructies en stijging van de salarissen aan de top terwijl het in de bedrijven slecht gaat. Al deze berichten wekken de indruk dat veel geld verdienen maar moeizaam samen gaat met altruïsme, of wat wellicht wat algemener geformuleerd: solidariteit.
De grote vraag die naar aanleiding hiervan rijst is: waarom is het beter om op bedenkelijke wijze veel geld te verdienen en dat weg te geven, dan op beperkte schaal goed te doen in je directe leefomgeving?

Lastig hierbij is, is dat we niet kunnen en mogen oordelen: we moeten waken voor een inquisitie. Het hoeft niet slecht te zijn om veel geld te verdienen. We moeten er voor waken om ‘het verdienen van geld’ als slecht te beoordelen. Er wordt nog wel naar een maatschappelijk fenomeen gewezen dat steeds minder mensen over een steeds groter gedeelte van het geld beschikken en daarbij dus ook bepalen hoe dit geld weer maatschappelijk verdeeld wordt, al dan niet via liefdadigheid of verdelen van arbeid.
Een vraag die hierbij opkomt is wie er verantwoordelijk is voor het verdelen van het geld en hoe dit goed verdeeld wordt (distributieve rechtvaardigheid). Hoe kan kapitaal het beste maatschappelijk verdeeld worden?We laten deze vraag rusten.

De vraag die we ons stellen is waarom zou het beter zijn om - evt. op min of meer bedenkelijke wijze - veel geld te verdienen en dat weg te geven, dan op beperkte(re) schaal goed te doen in je directe leefomgeving?

We komen hiermee aan bij de ethiek van Singer. Deze is gebaseerd op het utilitarisme: het grootste goed voor de grootste groep. Singer zoekt - ook op ethisch gebied - naar ‘winstmaximalisatie’. Het is een soort weegschaal. Aan de ene kant van de balans vinden we de mensen die profiteren van het altruïsme en aan de andere kant van de balans de mensen die hieronder lijden. Wanneer de mensen die lijden hier niet ernstig onder lijden en de mensen die hiervan beter worden hier erg veel beter van worden, dan slaat de balans naar de goede kant uit, dan is dit ethisch wenselijk. Goed doen mag leed veroorzaken, mits het goede groter en beter is dan het veroorzaakte leed.

Lastig hierbij is wel, zo volgt al snel het voorbeeld, wanneer het redden van één kind uit het water, meer kost dan het redden van honderd kinderen ver weg, of je dan dit ene kind nog wel mag redden. Dus wanneer een nat pak (stomerij) en evt. hulpdiensten meer kosten dan het redden van honderd kinderen met behulp van een medicijn tegen kinderpolio of je dan niet voor dat laatste hoort te kiezen. Je kunt immers iedere euro maar één keer uitgeven. En hoe leg je dat uit aan de ouders: “sorry, ik heb er voor gekozen om uw kind niet te redden uit het water omdat mij dat vijfhonderd euro kost (schoenen en pak) en door deze vijfhonderd euro te schenken aan Unicef redt ik vijftig kinderen. Dit laatste is een betere en altruïstischere wijze van bestaan.”

Is dit waar het in altruïsme om gaat? Gaat het daadwerkelijk om het grootste goed voor de grootste groep en daar mogen mensen best onder lijden, zeker als ze in staat zijn om dat leed te dragen?

Wat is altruïstisch gedrag?
- bestaat altruïsme uit het geven van veel geld aan goede doelen?
- veronderstelt altruïsme dat je er zelf onder lijdt? Moet goed doen pijn doen?
- wat is belangrijkste: de intentie waarmee je handelt, de daad die je stelt of de gevolgen van de daad?
- moet altruïsme onbaatzuchtig zijn?
- in hoeverre is een daad altruïstisch als je daar zelf beter van wordt?

Is het bij altruïsme eigenlijk wel belangrijk wie het doet? Moeten we niet veeleer kijken naar wat er gedaan wordt. Heel wat filantropen wensen anoniem te blijven. Het hoeft niet altijd duidelijk te zijn wie wat geeft. Wat maakt een daad een altruïstische daad. En kunnen we dit formuleren los van de vraag wie het doet. Is het beter om als Dagobert Duck eentiende van je fortuin af te geven aan het buurthuis dan als bijstandsmoeder een paar uur in de week vrijwilligerswerk te doen in hetzelfde buurthuis?
Is de intentie hierbij ook belangrijk? Is de ene intentie een betere intentie dan de andere intentie? Als je geeft omdat dit fiscaal interessant is, of, in het geval van Dagobert Duck, je Govert Goudglans wil aftroeven, of omdat je de buurt een warm hart toedraagt of misschien wel omdat je de sociale contacten tijdens het vrijwilligerswerk zo fijn vindt? Waneer is er sprake van altruïsme?

Het geven wat de ene kant van het altruïsme is, kent ook nog een andere kant: namelijk het ontvangen. Wat betekent het altruïsme voor de mens die geholpen wordt. Het gaat hierbij dus veeleer om de gevolgen van de daad. Los van de intentie en los van de daad? De gevolgen staan natuurlijk nooit los van de daad, juist omdat ze er een gevolg van zijn. Zo kan altruïsme er toe leiden dat mensen hun handen gebruiken om hun hand op te houden voor hulp, maar het kan er ook toe leiden dat ze via de hulp worden aangezet om hun handen te gebruiken om te werken en zo voor zichzelf te zorgen. De hulp kan bijdragen aan een betere gezondheidszorg, wat er toe leidt dat de mensen gezonder zijn en er meer kinderen blijven leven en ieder fysiek minder lijdt. Enerzijds leidt dit tot een grotere druk op de beschikbare middelen anderzijds is er minder lichamelijk leed door ziekte? Wat is beter?

In verschillende religies is het geven - in de vorm van goede daden of het delen van je voedsel - een belangrijk onderdeel van het goede leven. De aanwezigheid van bedelmonniken dragen ertoe bij dat mensen kunnen delen. De monnik en de gever helpen elkaar De monnik omdat hij/zij kan leven conform de richtlijnen van de monnik van de giften die hij ontvangt. De gever draagt bij aan haar goede leven doordat hij kan weggeven.
Je kunt je natuurlijk afvragen of altruïsme niet altijd een aspect in zich heeft van bijdragen aan een algemeen gemeen gevoel van ‘goed doen’. Goed doen maakt stofjes aan in de hersenenen, waardoor mensen zich ook zelf goed gaan voelen. Altruïsme lijkt zo verankerd in onze lichamelijkheid.
Leveren goede daden een schuld op? In hoeverre mag je als ouder iets van je kinderen terug verwachten? In hoeverre moet er sprake zijn van dankbaarheid of het inlossen van de hulp die je gekregen hebt? Is er sprake van wederkerigheid, en als deze er is, is die wederkerigheid dan direct of indirect? Wellicht ontstaat er zelfs een gevoel van afhankelijkheid of een relatie die zich kenmerkt door macht? Kan er ook haat ontstaan? Haat door de confrontatie met het tekort, en de afhankelijkheid die daar weer bij hoort, terwijl je het niet voor jezelf kunt regelen? Misschien ook wel weer mede door toedoen van die ander?

De vraag komt ook op in hoeverre ons altruïsme, zeker in relatie tot ‘het in leven houden van mensen’ niet tegen-natuurlijk is. Er wonen al zo veel mensen, in hoeverre is het goed dat dit er nog veel meer worden? Maar hoe regel je dat, wie doet dat, en wat is goed? Het individuele lijkt dan zo’n druppel op een gloeiende plaat. Maar mag/moet/kan je dat ervan weerhouden om altruïstisch te zijn? De persoonlijke opvatting leidt er natuurlijk wel toe dat een individu het ene wel en het andere niet een goed doel vindt.

Aan de basis van onze gedachten lijkt de vraag te rusten wat heeft een individuele mens (die bestaat of nog geboren gaat worden) nodig om een goed leven te leiden en wat is nodig om dit voor elkaar te krijgen? Wat kan ieder voor ons doen om dit voor een ander mogelijk te maken? Martha Nussbaum heeft o.a. over nagedacht. Zij komt tot een capabilities approach: Een beschaafde samenleving moet in staat zijn om mensen te laten kiezen op die gebieden die voor hun waardevol zijn. Ze onderscheid 10 essentiële gebieden, die nauw samenhangen om een menswaardig bestaan te hebben: gezondheid, lichamelijke integriteit, vrijheid, het kunnen aangaan van sociale banden, ontwikkeling van de zintuigen, ontwikkeling van fantasie, ontwikkeling van het denken, de mogelijkheid tot praktische redeneren (ethiek), de mogelijkheid om politiek actief te zijn.

Het bijzondere van haar uitgangspunten is dat dit niet primair om geld gaat, hoewel er wel geld nodig is om dit te realiseren. Het veronderstelt ook dat mensen over een minimaal inkomen kunnen beschikken waardoor ze tijd over hebben, dus hun leven niet volledig gedomineerd wordt door het verwerven van het dagelijks brood. Kan dit model gebruikt worden om te beoordelen waar en hoe het grootste goed, in het perspectief van Singer, gerealiseerd kan worden? Misschien is een netje ter bescherming tegen malaria dan niet het beste alternatief. Maar het geeft ook nog geen antwoord op de vraag waarom we dat onbekende kind uit het water moeten vissen?

Het is überhaupt de vraag in hoeverre de noodsituatie deel is aan altruïsme. Een kind uit een brandend huis halen of een mens in acute (levens)nood helpen is geen daad van altruïsme. We overwegen niet de consequenties en ook niet de alternatieven. Het enige dat telt is de nood van het moment, waar we - blindelings - gehoor aan geven.

blog comments powered by Disqus

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.