Van samen denken word je wijzer

Nietzsche in hoofdlijnen

Een van de deelnemers van Filos stelde de vraag of deze avond de idee van Nietzsche uitgelegd kon worden. Hij had het boek “Nietzsches tranen” van I.D. Yalom gelezen en vond het moeilijk om de idee van Nietzsche te doorgronden. Zijn vraag werd ondersteund door de meerderheid van de overige deelnemers en zog startte de uitleg. Zoals beloofd is op deze plek op de website het gedachtengoed van Nietzsche in een notendop terug te vinden.

Laat ik maar bij even bij Darwin en de evolutie-theorie beginnen. Voor mij is dat altijd een belangrijke kapstok. Het functioneren van de mens heeft een overlevingsdrang in zich, van het individu en van de soort. Dit is niet zo zeer reactief, zoals we dit in de evolutie-theorie kennen maar eerder pro-actief. Deze drang om te leven kan een mens niet zelf doorgronden, dat ligt besloten in zijn bestaan. De mens is constant bezig om te heersen over het niet-zijn. Dit is wat Nietzsche verstaat onder zijn Wille zur Macht. De mens probeert het niet bestaan te overwinnen. Het leven wil geleefd worden, een mens neemt geen genoegen met de consolidatie van dat wat is.

Sloterdijk beschrijft deze wil tot leven, als een gevoel van trots en eer. Zodra we ons miskent voelen, de indruk hebben dat de ander ons niet ziet staan worden we gegrepen door eer en trots. De wijze waarop dit zich openbaart is volgens Nietzsche in twee hoofdlijnen op te delen, namelijk de manier van de meester (Übermensch of leider) of de wijze van de slaaf (de geslagenen of de lijder). Waarbij de eerste het heft in eigen hand neemt, niet leidt maar onverschrokken voort gaat en de tweede zich ziet als slachtoffer van het gebeuren en/of de ander.

De hier na volgende teksten, beschrijven de attitude / het zijn van de meester.

“wat mij niet dood, maakt mij sterker”

De rijkdom van een mens kan worden afgemeten aan zijn vermogen om de benadeling die hij ondervindt te kunnen dragen zonder te lijden. Uiteindelijk leidt dit tot de zelfopheffing van de gerechtigheid omdat de mens ieder leed dat hem wordt aangedaan niet als leed ervaart. “wat heb ik met die parasieten te maken?”
De ware aristocraat ervaart geen pijn en leed.


Nietzsche constateert dat een ressentiment aan de basis ligt van de slaven-moraal. We leven in een wereld - aldus Nietzsche - waarin leiden tot norm verheven is en waarin de niet-lijdende opdraaien voor de consequenties van het lijden of de kosten van diegene die lijden. Lijden is goed. Niet zelden krijgen de niet-lijdende de schuld van het lijden van de lijdenden “mensen aan wie het leed voorbij gaat moeten wel de veroorzaker zijn van het leed”. Een belangrijke achterliggende gedachten hierbij is dat leed gelijkelijk verdeeld is over alle mensen. Het is dan ook logisch om de niet-lijdende (zij die we als veroorzaker zijn van het leed hebben aangewezen) leed te berokken omdat dan de balans weer hersteld is.

Sociaal-maatschappelijk gezien ‘knokken’ meester en slaaf om het voortbestaan van de hun passende moraal: wat wordt het meest gewaardeerd: de zelfredzaamheid of de zorg voor de ander / de solidariteit? In iedere samenleving heeft een van deze twee de overhand. De moraal heeft zo weinig van doen met dat wat goed en juist is, maar ze beschrijft de geldende machtsverhouding waaronder het leven ontstaat. Of met andere woorden: wat een leven het leven waard maakt. En tot Nietzsches verontwaardiging, ten minste zo interpreteer ik dat, is in zijn tijd de zorg voor de ander, heel wat waardevoller dan de zelfredzaamheid. Heeft de slaaf meer in de melk te brokkelen dan de meester. Is de meester schuldig aan het ongeluk van de slaaf.

Nietzsche haalt hiermee het denken over de moraal overhoop. Hij stelt dat het wel degelijk aangeleerd gedrag is, dat dat wat je juist vinden een cultuur is en deze cultuur het voortbestaan van de mens dient. De slaven wensen een moraal van ingetogenheid, incasseringsvermogen, mededogen, hulpvaardigheid, etc. De meesters willen echter een strijdvaardige en competitieve cultuur waarbij zelfredzaamheid, onafhankelijkheid, strijdbaarheid, etc. leidraden zijn voor het menselijk gedrag.

Wat is nu het goede? En wat is nu waar?

In Jenseits von Gut en Böse (voorbij goed en kwaad) schrijft Nietzsche: “het is onwaarschijnlijk dat u zich niet vergist, maar waarom ook met alle geweld waarheid?” [16 regel 25: “Mein Herr, wird der Philosophe vielleicht ihm zu verstehen geben, es is unwahrscheinlich, dass Sie sich nicht irren: aber warum auch durchaus Wahrheit?”]

“Wie het gevoel heeft ‘ik ben in het bezit van de waarheid’, hoeveel bezittingen zal hij niet overboord zetten, om ‘boven’ te blijven, - dat wil zeggen boven de anderen, die de waarheid ontberen!” Waarheid is volgens Nietzsche dat wat bijdraagt aan onze macht. Hoe graag willen we niet de ander verrijken met de waarheid die wij gevonden hebben, overtuigd als we zijn dat onze waarheid waar is en tot een beter leven leidt. Dat gun je toch iedereen? Overtuigd zijn van de waarheid, zet aan tot het verkondigen! En zo strijden we om onze waarheid tot algemene waarheid te maken.

Nietzsche, de filosoof met de hamer, hij leert ons om alles, en dan ook echt alles, ter discussie te stellen.

blog comments powered by Disqus

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.