Van samen denken word je wijzer

Macht en verbeelding

Deze maand van de filosofie sluiten we aan bij Macht en verbeelding, het essay van Femke Halsema. Wat zijn de belangrijkste pijlers van het essay? Op pag. 15 in het boekje beschrijft Halsema, verwijzend naar Rorty en Kuhn, het belangrijkste uitgangspunt van progressieve politiek. Progressief krijgt dan de betekenis van vooruitgang en deze vooruitgang heeft betrekking op persoonlijke verbetering. De verbetering is belangrijker dan het realiseren van een doel. Het verbeteren van de samenleving ziet ze dan als volgt: “als we onszelf en elkaar - en vooral de kwetsbaarsten onder ons - beter weten te vrijwaren van vernedering. De vernedering van bijvoorbeeld geweld, maar ook die van slavernij, van armoede en kansloosheid, van uitbuiting door multinationals of het afgesneden zijn van schoon drinkwater en medicijnen.” Het is dus geen doel op zich maar een geestesgesteldheid. Het kan altijd beter en rechtvaardiger. Andere waarden van een progressieve politiek zijn: openheid, tolerantie en kosmopolitisme.

Kennis van de geschiedenis is voor Halsema belangrijk omdat de geschiedenis ons leert dat we al eerder succesvol waren in het realiseren van een rechtvaardigere samenleving. Zaken als vrouwenrechten en homo-emancipatie waren ooit niet gewoon. De progressieve beweging heeft dit mogelijk gemaakt dus ook nu kan het beter. Er is altijd ruimte voor verbetering.

Een belangrijk onderdeel heeft betrekking op patriotisme (vaderlandsliefde). Volgens Halsema is dit niet strijdig met progressieve waarden. Een nationaliteit is iets dat we ons verbeelden en dat rust op gezamenlijke verhalen, op de dingen die we delen. Omdat de verhalen veranderen verandert ook die specifieke identiteit. Het Nederlands-zijn is dus geen vaste iets, maar fluïde, kent zelfs geen algemene deler, maar ontstaat in gedeelde verhalen (die niet met iedereen gedeeld hoeven te zijn). Ook speelt de eigen geschiedenis een rol, omdat in de geschiedenis verhalen ontstaan die voortleven (al dan niet op identieke wijze) in onze tijd.

Haar betoog is dus een politiek van hoop. Progressieve politici kunnen nog steeds in deze tijd veel bijdragen aan onze samenleving. Ze constateert dat we in een tijd van vervreemding leven, onder andere gekenmerkt doordat de geventileerde status van Nederland door populistische politici niets te maken heeft met de daadwerkelijke status van Nederland zoals onderzocht door het Sociaal Cultureel Planbureau. Op deze manier vervreemd de burger en verdwijnt de publieke ruimte waar mensen met elkaar de samenleving maken. Om dit toe te lichten verwijst Halsema naar de idee van Hannah Arendt.

Ze constateert dat politiek partijen de rechtvaardigheid als waarde voor de samenleving lijken te verkwanselen. De progressieve partijen moeten zich dus verbinden om te streven naar die rechtvaardigere samenleving.

  • Wie is verantwoordelijk voor een betere samenleving?
  • Wat is een rechtvaardigere samenleving? wat is rechtvaardigheid? en wat maakt iets rechtvaardiger?
  • Wat is de rol van hoop in de politiek en wat is de rol van hoop in de samenleving?
  • Wat is patriotisme in relatie tot cultuur en als gemene deler voor de Nederlandse identiteit?
  • Wat betekent “vervreemding van de samenleving” en hoe ontstaat dat?

Hangen vervreemding en een gebrek aan gedeeld verhaal met elkaar samen? In hoeverre kun je een samenleving met zoveel verschillende subculturen nog spreken van een gedeeld verhaal? Sluit je met een gedeeld verhaal niet ook altijd mensen buiten die het betreffende verhaal niet delen? Het gedeelde verhaal van Nederland Waterland met zijn poldermodel zit dan wellicht wel in onze genen (of toch ten minste bij sommige mensen), maar beleeft iedereen dat zo? Is dat genoeg om je “Nederlanders’ door te voelen?
Is het gedeelde verhaal hetzelfde als cultuur? Maar ook daarin is er veel diversiteit; stedelingen staan op een andere manier in het leven, hebben andere omgangsvormen en andere waarden dan bijvoorbeeld boeren of mensen die in een dorp wonen, en dat varieert ook weer per stad en regio. Dus wat is cultuur eigenlijk als er zoveel variatie is, zelfs zonder westerse- en niet-westerse immigranten.
Ontstaat vervreemding wellicht door onbekendheid? Onbekend maakt onbemind.
Is vervreemding het resultaat van beeldvorming, zoals Halsema dit beschrijft? Of voelen mensen zich daadwerkelijk ontheemd in hun eigen omgeving? Het centraal cultuur planbureau stelt na onderzoek dat het merendeel van de mensen zich helemaal niet zo vervreemd voelt. Is die vervreemding iets wat we ons verbeelden? Hebben we zelf het gevoel dat we vervreemd zijn?
Is een gedeelde cultuur nodig om een samenleving te kunnen vormen? Wat maakt de kern uit van een samenleving. Moet iedere burger meer met elke andere burger delen dan alleen het paspoort? Speelt taal een rol, of is zelfs dat niet echt noodzakelijk? Gedeelde verhalen kunnen ook per groep verschillen en mensen kunnen deelzijn van kleine gemeenschappen in hun leefomgeving, zoals sportverenigingen, scholen en religieus georiënteerde verenigingen. Bij grensgebieden is ook zichtbaar dat mensen met verschillende talen wel degelijk ook leefgemeenschappen kunnen vormen. Mag iedereen een eigen gevoel hebben bij “Nederlander zijn”, of moet dan iedereen aan hetzelfde denken?
Cultuur is als een geestelijke parasiet (Viktor Frankl) waar iedereen mee besmet raakt ik een korte tijd. Zo drukken we de wereld uit in geld, maar dat is pas sinds 30 jaar usance. Het #metoo verhaal lijkt ook als een bezetene om zich heen te grijpen, iedereen raakte er me besmet. Niet elke cultuur-vorming draagt iets goeds in zich, zo kan discriminatie en onrechtvaardigheid in een cultuur verankert zitten, en eerder slecht dan goed zijn. Cultuur is dus niet per definitie goed. Cultuur vraag ook om een kritische houding van de mensen die erin leven. Een onderzoek met apen die natgespoten worden toont ook aan dat we kennis en ideeën overdragen zonder dat we weten waarom.

In het essay van Femke Halsema lijkt de verantwoordelijk voor een betere samenleving richting politiek geschoven te worden, ligt hier die verantwoordelijkheid eigenlijk wel? We komen eigenlijk tot een trits, en als we Vlaanderen erbij betrekken zelfs tot een vierspan die waarin, ieder op hun eigen manier, die verantwoordelijkheid besloten ligt: 1) het individu, 2) politieke partijen en hun beleid, 3) grootbedrijf en multinationals en 4) het sociale middenveld. Wanneer al deze partijen dragen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van een betere wereld en een betere samenleving. De vraag is natuurlijk wel: wat is beter? Persoonlijke (of bedrijfsmatige) die gepaard gaat met uitbuiting lijkt dan niet te passen bij een betere samenleving. We realiseren ons ook, dat voor goede dingen ook een politieke verankering nodig is en dat de verleiding om voor eigen gewin te gaan groot is. Dit ontstaat het individu echter niet van een verantwoordelijkheid. Toch is het ook niet eenvoudig om hier zomaar iemand op aan te spreken.
Het sociale middelveld zoals dat een algemeen bekend fenomeen is in Vlaanderen - waaronder: verenigingen, kerken, bonden en gemeenschappen - zou hier een belangrijke rol in kunnen spelen, juist omdat ze mensen verbindt en in ook inhoudelijk aan zich weet te binden. Dit middenveld lijkt echter ook drastisch af te brokkelen. Mensen zitten veel in allerlei verschillende gemeenschappen, waardoor ook die betrokkenheid anders lijkt te liggen. Het is ook voor die gemeenschappen veel moeilijker om mensen voor langere tijd aan zich te binden. Hun beïnvloedingsmogelijkheden zijn dus veel minder groot.

Is hoop een mogelijke leidende factor? Wat betekent hoop in een politieke context? Een utopie is ook een vorm van hoop, maar bergt ook maatschappij kritiek in zich. Is er een relatie tussen kritiek en hoop? Wellicht wel: zonder hoop heeft kritiek geen zin, waarom kritiek geven als het niets uit zou maken? Hoop kan ook de betekenis hebben van ‘een laatste strohalm’, wat dan toch eigenlijk weinig hoopvol is. Vertrouwen, dromen en visies lijken een veel actievere connotatie te hebben dan hoop? Toch is het ook de hoop die doet leven? Halsema beschrijft in ieder geval een vorm van hoop of verwachting dat het beter kan en dat het mogelijk is om dit te realiseren.
Comments