Van samen denken word je wijzer

alleen in een gemeenschap

We hebben er voor gekozen om twee stellingen te bespreken, beide stellingen beschrijven een verwachting over het menselijk bestaan in de toekomst. Op het eerste gezicht lijken ze tegenstrijdig, hoewel we al gauw bedachten dat dit niet zo hoeft te zijn en dat ze zelfs in elkaars verlengde kunnen liggen:
Mensen vormen steeds meer gemeenschappen / Mensen maken steeds meer deel uit van gemeenschappen
Mensen wonen steeds meer op zichzelf.

Deel zijn van een of meer gemeenschappen en het alleen leven liggen ons inziens toch wel in elkaars verlengde; het is een wisselwerking tussen ‘alleen in je cel’ en onder elkaar, onder gelijkgestemden zijn.

De eerste stelling betreft de gemeenschappen doet ons aanbelanden bij een van de oudste gemeenschappen die we hebben, de kerk of de religieuze gemeenschap. Het lijkt erop of deze gemeenschappen steeds minder een rol spelen in het bestaan van de mens. Vroeger maakte bijna iedereen deel uit van een religieuze gemeenschap, tegenwoordig is dat veel minder het geval en de verwachting is dat dit zich nog even doorzet om uiteindelijk wel te stabiliseren. Kennelijk is de kerk dus niet de meest aansprekende gemeenschap maar mensen zoeken kennelijk wel andere gemeenschappen op. Wat is het wat je daar kunt vinden? Gemeenschappelijkheid en gezamenlijkheid, een gemene deler. De woorden ‘gemeenschap’ en ‘gezelschap’ vallen. In onze zoektocht wordt dit vertaald naar een religieuze gemeenschap en de vrienden die wekelijks - op een vast tijdstip - treft in het cafe of waarmee iemand een kookclub vormt. Wat is het verschil tussen een gemeenschap en een gezelschap? Waar gaat het in de eerste stelling eigenlijk om, als mensen deel uitmaken van gemeenschappen (er wordt niet gesproken over mensen die een gezelschap vormen). Een gemeenschap hangt al gauw samen met gedeelde verantwoordelijkheid en verwachtingen waaraan je als deelnemer moet voldoen. Maar ook bij een gezelschap zijn deze dingen terug te vinden. Al gauw voelt een gezelschap vrijblijvender, maar toch: een vriend die regelmatig niet komt opdagen, voelt toch ook niet als deel van het gezelschap. We zien ook wel een verschil tussen inhoud en vertier. Een gemeenschap staat voor een specifieke inhoud, inhoudelijkheid. Een gezelschap bestaat bij de ‘gratie’ van de gezelligheid’ ‘het moet wel leuk blijven’. Net zoals mensen bij elkaar komen in een sportvereniging omdat de sport hen bindt, of dat ze naar een koor gaan om te zingen, zo komt biedt een gemeenschap vaak een gedachtengoed of specifieke ideeën. En vaak gaat dit samen met een zorg voor elkaar. Die zorg is bij de verenigingen en gezelligheidsclubjes vaak van ondergeschikt belang.

Wanneer je kiest voor een gemeenschap, dan kies je i.t.t. bij een gezelschap niet voor de individuele mensen die deel zijn van de gemeenschap, maar je kiest voor dat waar de gemeenschap voor staat, voor de inhoud van de specifieke gemeenschap. Een gemeenschap heeft een signatuur. Wat overigens niet wil zeggen dat een gezelschap geen signatuur kan hebben, en dat de gemeenschap niet anders kan kleuren of dat je via individuele personen in een gemeenschap terecht kunt komen. Het is echter de signatuur die zorgt voor de bindende factor tussen de leden van de gemeenschap, zelfs als het niet zo klikt met de individuele leden, blijft de binding met de gemeenschap bestaan omdat het individu zich gebonden voelt met de signatuur, met de inhoud waar de gemeenschap voor staat.

De verzelfstandiging en individualisering zorgt er voor dat een individu zoekt naar ‘dat wat hem/haar het beste past’ waarbij een vaste relatie niet altijd de best passende oplossing is. De eigen leefwereld wordt tot in detail op individueel niveau vormgegeven. Alleen wonen en deel zijn van een of meer gemeenschappen maken zo een bestaan mogelijk. Een mens creëert zo zelf de inhoud van zijn leven, waarden en zingeving en van hieruit gaat hij de verbinding aan gelijkgestemden. Hoezo, een bestaan mogelijk? Deelachtig-zijn van een gemeenschap, betrokken-zijn, verbonden-zijn zijn dat primair menselijke behoeften? Of is dit iets wat je van huis-uit, als kind in de thuissituatie geleerd hebt?

Is er wel een noodzakelijke relatie tussen alleen wonen en deel zijn van gemeenschappen?
relatie gemeenschap cel
Een tweetal stellingen:
Als je deel uitmaakt van een gemeenschap dan heb je meer behoefte aan zelfstandig wonen of minder behoefte aan een relatie.
Als je alleen woont, dan heb je er meer behoefte aan om deel te nemen aan een gemeenschap.

Vanuit deze stellingen komt ook nog een mogelijk andere relatie ter sprake. Zoeken mensen een gemeenschap en/of gezelschap op, om het alleen zijn niet aan te hoeven gaan, dus eigenlijk uit eenzaamheid. Het deel-zijn van een gemeenschap is dan wellicht een zwakte bod, zeker als mensen teleurgesteld zijn in relaties, of de passende relatie niet kunnen vinden. Hierbij komt ook even het idee ter sprake dat mensen steeds meer eisen van hun partner in een relatie.

Hierna ontstond een compleet nieuwe gedachtenlijn. En wel de lijn van het leven in leefgemeenschappen. Uit het verleden kennen we de Begijnen in hun begijnhof, tegenwoordig leven gezinnen, individuen samen in een min of meer gesloten gemeenschap en geven dan gezamenlijk hun bestaan vorm. Ze beheren samen het gebouw, de landerijen er om heen, zorgen samen voor de kinderen, etc. De gemeenschap ontstaat dan niet vanuit de gedeelde ideeën, maar vanuit een samen en apart vormgeven van het dagelijks leven. Dit bracht ook even de gedachte op van gemakzucht; makkelijk voor de opvang van de kinderen, gezamenlijk betalen wat je alleen niet kunt dragen, etc. Toch is ook dit een manier om verdieping of idealen te realiseren, juist omdat ze individueel niet realiseerbaar zijn, zoals zelfvoorzienigheid of het behoud van een historische pand op een bijzondere locatie. Vaak is dit meer dan alleen leuk, het vraagt om duidelijke afspraken, goede afstemming om harmonie en de gemeenschappelijke doelstellingen te realiseren.

blog comments powered by Disqus