Van samen denken word je wijzer

2018

Macht en verbeelding

Deze maand van de filosofie sluiten we aan bij Macht en verbeelding, het essay van Femke Halsema. Wat zijn de belangrijkste pijlers van het essay? Op pag. 15 in het boekje beschrijft Halsema, verwijzend naar Rorty en Kuhn, het belangrijkste uitgangspunt van progressieve politiek. Progressief krijgt dan de betekenis van vooruitgang en deze vooruitgang heeft betrekking op persoonlijke verbetering. De verbetering is belangrijker dan het realiseren van een doel. Het verbeteren van de samenleving ziet ze dan als volgt: “als we onszelf en elkaar - en vooral de kwetsbaarsten onder ons - beter weten te vrijwaren van vernedering. De vernedering van bijvoorbeeld geweld, maar ook die van slavernij, van armoede en kansloosheid, van uitbuiting door multinationals of het afgesneden zijn van schoon drinkwater en medicijnen.” Het is dus geen doel op zich maar een geestesgesteldheid. Het kan altijd beter en rechtvaardiger. Andere waarden van een progressieve politiek zijn: openheid, tolerantie en kosmopolitisme.

Kennis van de geschiedenis is voor Halsema belangrijk omdat de geschiedenis ons leert dat we al eerder succesvol waren in het realiseren van een rechtvaardigere samenleving. Zaken als vrouwenrechten en homo-emancipatie waren ooit niet gewoon. De progressieve beweging heeft dit mogelijk gemaakt dus ook nu kan het beter. Er is altijd ruimte voor verbetering.

Een belangrijk onderdeel heeft betrekking op patriotisme (vaderlandsliefde). Volgens Halsema is dit niet strijdig met progressieve waarden. Een nationaliteit is iets dat we ons verbeelden en dat rust op gezamenlijke verhalen, op de dingen die we delen. Omdat de verhalen veranderen verandert ook die specifieke identiteit. Het Nederlands-zijn is dus geen vaste iets, maar fluïde, kent zelfs geen algemene deler, maar ontstaat in gedeelde verhalen (die niet met iedereen gedeeld hoeven te zijn). Ook speelt de eigen geschiedenis een rol, omdat in de geschiedenis verhalen ontstaan die voortleven (al dan niet op identieke wijze) in onze tijd.

Haar betoog is dus een politiek van hoop. Progressieve politici kunnen nog steeds in deze tijd veel bijdragen aan onze samenleving. Ze constateert dat we in een tijd van vervreemding leven, onder andere gekenmerkt doordat de geventileerde status van Nederland door populistische politici niets te maken heeft met de daadwerkelijke status van Nederland zoals onderzocht door het Sociaal Cultureel Planbureau. Op deze manier vervreemd de burger en verdwijnt de publieke ruimte waar mensen met elkaar de samenleving maken. Om dit toe te lichten verwijst Halsema naar de idee van Hannah Arendt.

Ze constateert dat politiek partijen de rechtvaardigheid als waarde voor de samenleving lijken te verkwanselen. De progressieve partijen moeten zich dus verbinden om te streven naar die rechtvaardigere samenleving.

  • Wie is verantwoordelijk voor een betere samenleving?
  • Wat is een rechtvaardigere samenleving? wat is rechtvaardigheid? en wat maakt iets rechtvaardiger?
  • Wat is de rol van hoop in de politiek en wat is de rol van hoop in de samenleving?
  • Wat is patriotisme in relatie tot cultuur en als gemene deler voor de Nederlandse identiteit?
  • Wat betekent “vervreemding van de samenleving” en hoe ontstaat dat?

Hangen vervreemding en een gebrek aan gedeeld verhaal met elkaar samen? In hoeverre kun je een samenleving met zoveel verschillende subculturen nog spreken van een gedeeld verhaal? Sluit je met een gedeeld verhaal niet ook altijd mensen buiten die het betreffende verhaal niet delen? Het gedeelde verhaal van Nederland Waterland met zijn poldermodel zit dan wellicht wel in onze genen (of toch ten minste bij sommige mensen), maar beleeft iedereen dat zo? Is dat genoeg om je “Nederlanders’ door te voelen?
Is het gedeelde verhaal hetzelfde als cultuur? Maar ook daarin is er veel diversiteit; stedelingen staan op een andere manier in het leven, hebben andere omgangsvormen en andere waarden dan bijvoorbeeld boeren of mensen die in een dorp wonen, en dat varieert ook weer per stad en regio. Dus wat is cultuur eigenlijk als er zoveel variatie is, zelfs zonder westerse- en niet-westerse immigranten.
Ontstaat vervreemding wellicht door onbekendheid? Onbekend maakt onbemind.
Is vervreemding het resultaat van beeldvorming, zoals Halsema dit beschrijft? Of voelen mensen zich daadwerkelijk ontheemd in hun eigen omgeving? Het centraal cultuur planbureau stelt na onderzoek dat het merendeel van de mensen zich helemaal niet zo vervreemd voelt. Is die vervreemding iets wat we ons verbeelden? Hebben we zelf het gevoel dat we vervreemd zijn?
Is een gedeelde cultuur nodig om een samenleving te kunnen vormen? Wat maakt de kern uit van een samenleving. Moet iedere burger meer met elke andere burger delen dan alleen het paspoort? Speelt taal een rol, of is zelfs dat niet echt noodzakelijk? Gedeelde verhalen kunnen ook per groep verschillen en mensen kunnen deelzijn van kleine gemeenschappen in hun leefomgeving, zoals sportverenigingen, scholen en religieus georiënteerde verenigingen. Bij grensgebieden is ook zichtbaar dat mensen met verschillende talen wel degelijk ook leefgemeenschappen kunnen vormen. Mag iedereen een eigen gevoel hebben bij “Nederlander zijn”, of moet dan iedereen aan hetzelfde denken?
Cultuur is als een geestelijke parasiet (Viktor Frankl) waar iedereen mee besmet raakt ik een korte tijd. Zo drukken we de wereld uit in geld, maar dat is pas sinds 30 jaar usance. Het #metoo verhaal lijkt ook als een bezetene om zich heen te grijpen, iedereen raakte er me besmet. Niet elke cultuur-vorming draagt iets goeds in zich, zo kan discriminatie en onrechtvaardigheid in een cultuur verankert zitten, en eerder slecht dan goed zijn. Cultuur is dus niet per definitie goed. Cultuur vraag ook om een kritische houding van de mensen die erin leven. Een onderzoek met apen die natgespoten worden toont ook aan dat we kennis en ideeën overdragen zonder dat we weten waarom.

In het essay van Femke Halsema lijkt de verantwoordelijk voor een betere samenleving richting politiek geschoven te worden, ligt hier die verantwoordelijkheid eigenlijk wel? We komen eigenlijk tot een trits, en als we Vlaanderen erbij betrekken zelfs tot een vierspan die waarin, ieder op hun eigen manier, die verantwoordelijkheid besloten ligt: 1) het individu, 2) politieke partijen en hun beleid, 3) grootbedrijf en multinationals en 4) het sociale middenveld. Wanneer al deze partijen dragen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van een betere wereld en een betere samenleving. De vraag is natuurlijk wel: wat is beter? Persoonlijke (of bedrijfsmatige) die gepaard gaat met uitbuiting lijkt dan niet te passen bij een betere samenleving. We realiseren ons ook, dat voor goede dingen ook een politieke verankering nodig is en dat de verleiding om voor eigen gewin te gaan groot is. Dit ontstaat het individu echter niet van een verantwoordelijkheid. Toch is het ook niet eenvoudig om hier zomaar iemand op aan te spreken.
Het sociale middelveld zoals dat een algemeen bekend fenomeen is in Vlaanderen - waaronder: verenigingen, kerken, bonden en gemeenschappen - zou hier een belangrijke rol in kunnen spelen, juist omdat ze mensen verbindt en in ook inhoudelijk aan zich weet te binden. Dit middenveld lijkt echter ook drastisch af te brokkelen. Mensen zitten veel in allerlei verschillende gemeenschappen, waardoor ook die betrokkenheid anders lijkt te liggen. Het is ook voor die gemeenschappen veel moeilijker om mensen voor langere tijd aan zich te binden. Hun beïnvloedingsmogelijkheden zijn dus veel minder groot.

Is hoop een mogelijke leidende factor? Wat betekent hoop in een politieke context? Een utopie is ook een vorm van hoop, maar bergt ook maatschappij kritiek in zich. Is er een relatie tussen kritiek en hoop? Wellicht wel: zonder hoop heeft kritiek geen zin, waarom kritiek geven als het niets uit zou maken? Hoop kan ook de betekenis hebben van ‘een laatste strohalm’, wat dan toch eigenlijk weinig hoopvol is. Vertrouwen, dromen en visies lijken een veel actievere connotatie te hebben dan hoop? Toch is het ook de hoop die doet leven? Halsema beschrijft in ieder geval een vorm van hoop of verwachting dat het beter kan en dat het mogelijk is om dit te realiseren.
Comments

Mantelzorg een morele plicht of eigen keuze

De onderwerpen die ter overdenken genoemd werden zijn de volgende:
  • Onsterfelijkheid
  • Houden van
  • Kun je alles in vraag stellen? Wat betekent dat voor de antwoorden?
  • Nazi-kunst, mag dat?
  • Is het de opdracht van een democraat om niet democratisch gedachtengoed te bekritiseren?
  • Mantelzorg, wie te helpen? Een ethische plicht of een persoonlijke keuze?

De keuze voor deze avond is gevalen op Mantelzorg

We bezien (in eerste instantie) de mantelzorg vanuit de gever. In de praktijk blijkt dat het ene kind wel en het andere kind geen mantelzorg geeft aan de ouder. Zijn er kader op grond waarvan je kunt bepalen of een kind wel of geen zorg moet/hoort te geven? En geldt dat alleen voor kinderen of ook voor vrienden en/of buren?

Er zijn een aantal mogelijke referentie-kaders die direct ter tafel komen:
  • ik wil zelf ook zorg ontvangen en dus geef ik zorg
  • ik ervaar het als een morele plicht om voor mijn ouders te zorgen
  • vanuit de liefde voor mijn ouders vind ik het normaal om voor hen te zorgen
  • we hebben een unieke relatie en zorg hoort daarbij
  • ze hebben vroeger ook voor mij gezorgd, dus nu zorg ik voor hen
  • het geeft mij voldoening om voor mijn ouders te zorgen
  • ik gun mijn ouders het goede en dus zorg ik voor ze

Dit zou je tot verschillende referentiekaders kunnen herleiden zoals wederkerigheid, liefde (in de vorm van belangenloosheid en vanzelfsprekendheid), het relationele, persoonlijke voldoening, morele plicht en persoonlijke waarden (het goede).

De wederkerigheid kenmerkt zich door een vorm van economische relatie. Als kind sta je als het ware in het krijt bij je ouders en door mantelzorg te verlenen betaal je je schuld terug. Hetzelfde geldt voor de gedachte, dat je iets doet omdat je het zelf ook graag zou ontvangen. Bij mantelzorg is dat laatste natuurlijk ingewikkeld omdat de relatie tussen gever en ontvanger niet direct wederkerig is, maar eerder een soort ‘mensheid’ veronderstelt. Je zou hierbij kunnen zeggen dat de wederkerigheid in de familie relatie ligt, maar deze wederkerigheid kan zich veel verder uitstrekken. De geïnstitutionaliseerde zorg, is eigenlijk ook deze wederkerigheid, we zorgen er via premie-betaling en zorginstellingen voor dat zorg voor iedereen beschikbaar is.
Liefde als belangeloze vanzelfsprekendheid, heeft een heel persoonlijk aspect. Vanuit hetzelfde uitgangspunt kun je ook zeggen om het niet te doen, omdat de zorgtaak de relatie vertroebeld. Filosofisch valt deze wellicht het beste te vergelijken met de zorg voor de ander die je vragend aankijkt, zoals dit door Levinas beschreven wordt. Bij Levinas gaat het echter om iedere ander en is het niet ingegeven door liefde. We kunnen dit wel zien als een hulpvraag die niet genegeerd kan worden, net zoals het kind dat in de vijver valt. We kunnen de nood van de ander ontkennen noch negeren wanneer we tegenover de ander staan.
Het relationele gaat er vanuit dat de mantelzorg gegeven wordt door iemand die dat relationeel ook kan. Dit wordt overigens mede bepaald door de ontvanger. Zo kan een ouder mantelzorg prima vinden wanneer dit door de kinderen wordt gedaan, maar wassen, douchen en aankleden mag niet gedaan worden door diezelfde kinderen, daar is dan de thuiszorg voor. Mantelzorg in deze context kan dan simpelweg ook bestaan uit ‘er zijn’ en aandacht geven, in een veel hogere frequentie dan in de gezonde periode.
De persoonlijke voldoening beschrijft vooral het proces waarin iemand hulp verleent waarbij het goed-voelen en de voldoening bij de hulpverlener leidend is. Zolang het goed gaat (en goed voelt), wordt de mantelzorg verleend. Het zorg-verlenen is hierbij een vorm van zingeving voor de persoon die het doet.
De morele plicht sluit aan bij de plichten-ethiek van Kant. Zelfs als het niet goed is voor de zorg-verlener, zal de mantelzorg verleend worden. De persoon in kwestie kan het gewoon niet laten, voelt zich verplicht om het te doen.
Wanneer persoonlijke waarden meespelen, dan lijken we bij Aristoteles uit te komen. Hulpvaardigheid is dan de centrale waarde, samen met rechtvaardigheid doordat ieder mens recht heeft op een goed leven. Dit kan alleen gezamenlijk vorm krijgen. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze persoon, goed nadenken over de grenzen: wat moet ik wel doen en wat niet (wat is te veel en wat is te weinig)?

Zijn deze modellen louter voor de intieme relaties van toepassing, waaronder familie en vriendschappen, of gaat dit over iedere mens, zoals Peter Singer dit beschrijft? Singer lijkt de intimiteit van de persoonlijke relaties en/of het face-to-face contact van de persoonlijke directe hulpvraag niet in ogenschouw te nemen. Hij zoekt een ethiek die voor iedereen op elk moment toepasbaar is. Een ethiek om je surplus te delen met diegene die dat ontberen. En hoewel we erkennen dat ook mantelzorg een surplus veronderstelt (surplus aan tijd) met daarbij de mogelijkheid om te kunnen helpen, weten we het toch nog niet zo zeker of we dit surplus aan een willekeurig iemand willen geven. Praktisch, zeker wanneer de eigen ouders ver weg wonen, zou dit wellicht veel handiger zijn. De mantelzorg wordt dan geruild, de ouders ver weg worden geruild voor iemand dichtbij, en de ouders ver weg, krijgen dan de hulp van iemand dichtbij. Is dit een werkbare en/of wenselijke vorm van mantelzorg?
Het lijkt erop dat de idee van Levinas vooral veronderstelt dat we die ander ook wel iedere keer weer tegenkomen, al is het maar in onze herinnering. We verliezen de ander, die hulp nodig heeft, vaak toch erg makkelijk uit het oog.

Kun je de ander dwingen om mantelzorg te verlenen?
Dit is best een actuele vraag. Heel wat mantelzorgenden kinderen worden geconfronteerd met broers/zussen die geen mantelzorg verlenen doordat ze te ver weg wonen, geen tijd hebben of zich hiertoe niet geroepen voelen. En hoezeer de motieven om het wel te doen variëren, geen van al deze motieven dienen als stok om een ander vriendelijk doch dringend te verzoeken. Wonderlijk eigenlijk hoe het geven van hulp eigenlijk geen afdwingbare vorm van verplichting kent. Maar dat is ook niet helemaal waar: het is wel degelijk strafbaar om iemand die in nood verkeert niet helpen. Is mantelzorg een vorm van noodhulp? Hoezeer mensen zich zelf verplicht voelen, een ander kan niet verplicht worden.
Toch lijkt ook de samenleving de vraag weldegelijk bij ons allen neer te leggen. Natuurlijk is er de thuiszorg, maar dat is, zo lijkt het, niet genoeg. Het leven bestaat uit meer dan alleen een natje en een droogje of fysieke bijstand in de levensbehoefte. Een mens leeft ook van aandacht en contact. Hierin lijkt ook de persoonlijke relatie een belangrijke rol te spelen. Beatrijs - moderne manieren - beantwoord een vraag waarin het persoonlijke lijkt te vervagen en plaatsmaakt voor een zorgrelatie: zieke vriend verzorgen of neerdrukkende mantelzorg

Waarom willen we de ene persoon wel helpen en de ander niet? Hierin lijkt die persoonlijke relatie een belangrijke rol te spelen. Toch zijn er culturele verschillen. Zo bestaat in het Oosten van het land het zogenoemde Noaberschap, waarbij eigenlijk iedereen in de gemeenschap de plicht heeft om een buurtgenoot die hulp nodig heeft te helpen. Uiteraard kent dit ook een nieuwe vorm: noaberschap 2.0. Voor ons, op afstand, is het moeilijk om te beoordelen hoe dit werkt en of dit werkt. Het lijkt wel degelijk ook een verplichting in te houden. De sociale druk is wellicht erg hoog. Maar het heeft ook wel iets van wederkerigheid. Hulp is dichtbij en dus bereikbaar en alleen met elkaar hou je het geheel goed leefbaar. Hoe ‘afgelegener’ het gebied hoe meer mensen op elkaar zijn aangewezen.

Het aandachtspunt verschuift van hulpverlener naar hulpvrager. Opeens ziet het zorglandschap er dan heel anders zijn. Sommige van ons willen het helemaal niet dat hun kinderen hun helpen, terwijl ze zelf wel hun ouders helpen. Ook vragen we ons af, in hoeverre de zorg die we verlenen wel de zorg is waar iemand op zit te wachten. Waaruit bestaat zorg eigenlijk? Kun je een ander helpen om zichzelf te helpen? Hoe zorg je dat zorg een gelijkwaardige relatie blijft. Paternalisme en badinerend gedrag loeren om de hoek, zowel in de mantelzorg als in de professionele zorg. Maar ook zorg-krijgers kunnen emotioneel chanteren. Hoe hier mee om te gaan? Maar ook: wat is de zorgvraag? is dit een verzoek om contact en aandacht of om concrete praktische hulp? Hulp geven kan ook een vlucht zijn om geen persoonlijke aandacht te hoeven geven, of juist om een praktisch tintje aan het persoonlijke te geven.

Een ander aspect van de hulpvrager is dat het wellicht niet makkelijk is om hulp te vragen. Zeker wanneer die vraag niet tijdelijk is en eigenlijk alleen maar groter wordt. Wat betekent dit voor die persoon en wat betekent dit voor de relatie tussen mensen, waarbij de rolverdeling verandert?
Comments

Emoties en gedrag

Emoties en gedrag

Deze avond hield Jacomijn Hendrickx een inleiding over emoties en gedrag, haar voorbereiding is hier te downloaden.
Emoties en gedrag
Comments