Van samen denken word je wijzer

Sloterdijk

De spreker spreekt

In Dagblad Trouw las ik vandaag:
"Woede wordt in Nussbaums ogen veel te belangrijk gemaakt. Woede wordt gezien als motor, als bron van energie. Kinderen worden gestimuleerd om hun woede te uiten, vooral jongens, stelt de filosoof. Met woede bewijs je je mannelijkheid. Dat je geen slappeling bent.

Dat zagen de stoïcijnse Grieken en Romeinen heel anders. Als een man in de Oudheid woede toonde, dan was dat een teken van zwakte, zegt Nussbaum.

Waar laat dat ons, met onze vrees voor de boze blanke man of extremistische woesteling? De aanhangers van Trump, Le Penn, en Wilders hebben toch vooral één ding gemeen: ze zijn furieus.”

Ook Sloterdijk schrijft over Woede, bij hem is dit niet per definitie een negatieve kracht, het is de stof waaruit de wereld gegroeid is, het openbaart zich bij de mens als een streven naar erkenning en innerlijke waardigheid. Het draait om trots, erkenning en strijdvaardigheid. In tegenstelling tot dat wat Nussbaum stelt is Woede volgens Sloterdijk niet per definitie een negatieve kracht. Maar kent wel net zoals alle deugden bij Aristoteles een teveel en een te weinig. Trots is goed maar eerzucht is te veel en gebrek aan eigenwaarde is een te weinig. Strijdvaardigheid is oké, maar blinde strijdlust niet en lafheid natuurlijk ook niet.

Misschien hebben ze het niet over hetzelfde of misschien is het furieuze waar Nussbaum naar verwijst wel een te-veel van woede. Furieus is een mateloze uiting van woede. In deze vorm kan ik ermee inkomen dat woede als uitgangspunt van beleid nooit goed kan zijn.

Waar ik mij echter het meest zorgen om maak, en Nussbaum geeft, hier nu weer een argument hiervoor, is dat we zeer consequent bezig zijn om de Trumps van deze wereld het spreken te ontzeggen. We laten ze wel spreken, maar we nemen ze niet serieus. Daarmee plaatsen we ze op hetzelfde voetstuk als kinderen, gekken en dwazen: dat wat ze zeggen wordt door het establishment niet serieus genomen en hun aanhang daarmee ook niet. Hoe vaak hoor je niet dat het domme mensen zijn die op de Trumps van deze wereld stemmen. Of iets in de trant van “een weldenkend mens stemt daar niet op”.

Foucault riep ons in zijn inaugurale lezing in 1970 op om dat wat er gezegd wordt serieus te nemen, ongeacht te boodschapper en de manier waarop het gezegd wordt. Misschien doen we er goed aan om dit advies ter hand te nemen. Veel van de woede, die zich in het furieuze uit, is wellicht gegrond in het gevoel niet-erkend-te-worden. Het lijkt mij niet zo handig om dit te beantwoorden met een niet-erkennen ervan. Het is mijn inziens minder gepast om de woede over te nemen of de zondebok verder op te jagen. Ik denk ook niet dat het verstandig is om de Romeinen te volgen om de woede via spelen - van brood en spelen - te kanaliseren. Het lijkt mij beter om de grond van miskenning te herkennen en te erkennen. Om de woede te temperen is nodig dat we willen inziend dat er een goede grond zou kunnen zijn voor woede en die aanleiding iets te doen. Het lijkt me dus niet zo gepast om inhoudelijk te reageren op de uitingen van de politici die furieus zijn, maar te werken aan een samenleving waarin mensen zich niet miskend of erger nog helemaal ontkend voelen.


Comments

Begeerte, van shampoo tot wijsheid

Ruim een jaar geleden is er een jong exemplaar van de Ethica gevonden in de bibliotheek van het Vaticaan en nu is deze in het Nederlands vertaald. Bijna 35 jaar na de vertaling door Nico van Suchtelen is er een nieuwe vertaling, en deze rust op een oudere en oorspronkelijkere tekst. Een belangrijk thema in de Ethica, zoals ik deze ooit gelezen, geleerd en begrepen heb, is de begeerte. De begeerte bij Spinoza ontstaat vanuit een noodzakelijkheid te willen volharden in het bestaan. Volharden door dat te doen waarin je je vervolmaakt, of terug te keren naar waar je vandaan komt, of denkt vandaan te komen wanneer je in het bestaan bent aangetast. Kortom begeerte is hier een primaire menselijke drijfveer om te volharden, om te blijven staan, om je goed en fijn te voelen en dat wat je slecht doet voelen uit de weg te gaan.

Sloterdijk schrijft in zijn boek “woede en tijd” over de menselijke eer en trots. Er is sprake van een grote overeenkomst tussen de begeerte om te volharden in je bestaan en de eer en trots van Sloterdijk. Deze eer speelt namelijk op, wanneer je de indruk heeft dat een ander je niet ziet staan of wanneer iemand lak heeft aan je gedachten of dat wat voor jou belangrijk is. Een mens die zich aangetast voelt in zijn eer, is geneigd om zich te tonen, om te zorgen dat de ander hem ziet staan of om de ander uit te schakelen, zodat de eer niet opnieuw kan worden aangetast. De begeerte van Spinoza en de trots en eer bij Sloterdijk zijn een primaire levensenergie, die het gevolg zijn van een aangetast worden in je zijn, in je bestaan.

De begeerte bij Freud heeft veeleer betrekking lichamelijke bevrediging en het ombouwen van persoonlijke frustraties naar een lichamelijk genot. Freud leefde in een wereld waarin seksuele contacten aan de orde van de dag waren en het spreken erover een taboe was. Een wereld waarin er een sterk contrast was tussen dat wat gedaan werd en wat akkoord was om over te spreken. Heel wat ‘oude’ religies richten zich op beheersen van juist deze begeertes die te maken hebben met lichamelijk genot, maar ook bij de oude Grieken en Romeinen stond de deugd matigheid in een hoog aanzien.

Wanneer we vandaag de dag om ons heen kijken en ons oor te luisteren leggen, dan lijkt het erop dat matigheid en het beheersen van lichamelijk genot niet meer zo’n belangrijke deugden zijn. Langs alle kanten worden gestimuleerd om te eten en te drinken en dingen te kopen. Als we de reclames mogen geloven, dan worden we een beter, een gelukkiger en een aantrekkelijker mens door speciale producten aan te schaffen, ja zelfs diepgang in het leven is eenvoudig te realiseren, niet door naar een filosofisch cafe te gaan maar door een specifieke Shampoo (Andrelon) te gebruiken.

Het gaat niet zo goed met onze economie en dat heeft verregaande gevolgen, ten minste, volgens de politici in Europa. Ieder van ons kan op een heel eenvoudige manier bijdragen aan het verbeteren van die economie, namelijk door meer te consumeren: of te wel meer te kopen, om onze begeerten te bevredigen via consumptie. Voor de banken moeten we sparen, want zij hebben niet meer genoeg geld om uit te geven, en voor de economie moeten we het uitgeven, zodat de productie op pijl blijft.

De menselijke begeerte is verschoven van opkomen voor jezelf via het bevredigen van lichamelijke behoeften tot het consumeren van producten, diensten en plezier. Van een drijfveer die bijdroeg aan het bestaan, via het bevredigen van menselijke behoeften die deels natuurlijk en deels te veel waren, tot het in stand houden van de economie waarin de hebzucht de belangrijkste factor is geworden. Waar is die wil om te bestaan gebleven en nog steeds hangen rondom de menselijke behoeftes een sluier van mist. Seksualiteit, maar niet in alle vormen, lekker eten, maar kijk uit voor obesitas, roken en drank, de eerste liever niet, de tweede met mate. De begeerte blijft een lastig fenomeen. Zelfs het consumeren wordt steeds moeilijker, onze aardbol lijkt het niet allemaal meer aan te kunnen en de oceanen drijven vol met plastic. De begeerte als basis van het menselijk bestaan. Wat mag ik nog begeren? Wellicht de wijsheid? Als wijsbegeerte?
Comments