Van samen denken word je wijzer

Gesluierd

In slaap vallen, dat is het onderwerp van een artikel uit tijdschrift voor Filosofie dat ik aan het lezen ben. Ik zal maar niet zeggen dat het niet vlot omdat ik alsmaar in slaap val, want zo saai is het nu ook weer niet, maar ik heb het artikel nog niet uit. Het lezen ervan vraagt best wat aandacht en dat was mij in de laatste week niet gegeven; vakantie vraagt zo zijn eigen aandacht.

Tot nog toe vallen mij twee dingen op bij het lezen van het artikel. Het ene heeft betrekking op het feit dat je het ‘in slaap vallen’ niet kunt onderzoeken op het moment dát je in slaap valt, want dan ben je immers weer klaar wakker en het andere is dat ik mij er opeens bewust van ben wát er gebeurt tijdens het in slaap vallen en dat dit geen invloed heeft op het daadwerkelijk in slaap vallen. Nu ben ik een goede slaper en ik ken doorgaans geen moeilijkheden met het in slaap vallen.

Hier zo over nadenkend zijn er wellicht twee slaapproblemen te onderscheiden, nl het probleem van snel wakker worden en het probleem van slecht in slaap vallen. Als beide ‘slecht slapen’ worden genoemd dan is het maar de vraag of de omschrijving het probleem dekt. De wijze van spreken en denken over iets bepaalt mede de wijze waarop we het probleem beschouwen. De taal leidt.

Volgens de auteur/filosoof is het uniek voor het in slaap vallen dat we ons in slaap vallen niet kunnen onderzoeken tijdens het in slaap vallen zelf. Toch vraag ik het mij af dit zo uniek is. Nu kan ik natuurlijk - net als Schopenhauer - een voorbeeld geven waar dit ook voor geldt, maar ik heb de indruk dat dit eigenlijk voor alle menselijke ervaringen geldt. Iedere beleving/ervaring verdwijnt op het moment dat we ons bewust zijn van die ervaring en het is dit bewust-zijn dat nodig is om de beleving/ervaring te onderzoeken. Als ik in het theater zit, een rondje golf speel, geniet van een wandeling in de natuur of naar een concert luister, dan verdwijnt de beleving op het moment dat ik probeer te doorgronden wat die beleving met mij doet, hoe ik deze ervaar en wat er kenmerkend voor is. Zelfs als ik probeer te doorgronden hoe ik deze column schrijf lukt het me niet meer om de column te schrijven.

Nadenken over iets betekent direct een afstand inbouwen tot dat waarover wordt nagedacht; of dit nu een ervaring is of een denkproces dat maakt niets uit. Maar kan ik datgene wat ik onderzoek dan wel echt kennen, bedenken en beschouwen? Ik bouw immers zelf direct een filter in, alsof het onderzochte een sluier draagt waardoor de schoonheid verborgen blijft. Het is alsof ik er omheen blijf draaien en er maar niet toe doordring.

Maar wat betekent dat dan voor zelfkennis? Als ik mijzelf beschouw en onderzoek, dan kan ik mijzelf alleen maar bedenken op afstand, en gooi ik dus als het ware een sluier over mijzelf heen. De kennis die ik opdoe verdwijnt naar alle waarschijnlijkheid direct onder de sluier en gaat daar zijn eigen leven leiden in ervaring en beleving, maar als ik dan weer wil onderzoeken wat er gebeurt dan kan en moet ik mij van alles bedenken. Maar ik kan niet denken over dat wat ik zojuist bedacht heb.

Moet ik dan maar ophouden met het onderzoeken van mijn ervaringen en belevingen? Moet ik dan de oude wijsheid ‘ken uzelf’ aan de wilgen hangen? Als ik emotioneel op iets reageer, moet ik dan onderzoeken waarom ik emotioneel reageer, moet ik onderzoeken hoe een emotionele reactie zich uit, moet ik onderzoeken wat de consequenties van de emotionele reactie zijn op mijn denken en doen of moet ik onthouden dat ik daarop emotioneel reageer? Welke kennis is zelfkennis? En kan ik die kennis wel opdoen als ik emotioneel ben? Het lijkt er in ieder geval op dat het emotionele verdwijnt als ik er zo over ga nadenken, maar dat maakt nog niet dat ik niet emotioneel aangedaan was. En ook dat is weer iets om over na te denken.

Misschien dat ik eerst maar eens ga slapen, morgen is er weer een dag.
blog comments powered by Disqus